
Paapje, Saxicola rubetra, 12 - 14 cm
Klein, pittig, mooi gekleurd vogeltje, kleiner dan de Vink. Lijkt op Roodborsttapuit, maar met opvallende witte oogstreep en langere vleugels. In de vlucht zie je twee witte driehoeken in de staart met een brede zwarte eindband en een bruin gevlekte band in het midden. De donkere vleugels hebben witte vlekken. De keel en borst zijn oranje, de kruin en dekveren bruin gestreept en de buik is wit. Het vrouwtje is fletser met beige oogstreep. Vliegt laag weg.
Vochtige, ruige, kruidenrijke, extensief beheerde weilanden met houtwallen er langs, vochtige duinen, hooilanden. Zit graag op hoge uitkijkposten, zoals de Kruipwilg.
Vlinders, motten, vliegen die van grasstengels afgegeten worden. Vangt ook insecten uit de lucht op een Vliegenvangerachtige manier.
Het nest wordt goed verstopt, dus hier moet voldoende begroeiing voor aanwezig zijn. Het ligt onder dode varens of aan de voet van een struik of aan de slootkant en heeft soms een inlooptunnel. Het is gemaakt van gras, maar is niet bekleed met veren of haren. Zingt vaak vanaf een hoge zangpost in een boom om zijn territorium te claimen. Door verlaging van de grondwaterstand en verdwijnen van zijn broedgebieden door grootschalige landbouw en vroeg maaien, is het Paapje sterk achteruit gegaan. In mei legt het vrouwtje 5 - 7 lichtblauwe eieren met rode spikkels. Er wordt twee weken gebroed en na twee weken voeren vliegen de kuikens uit, ook al zijn ze dan nog niet vliegvlug. Soms volgt een tweede broedsel. In september vliegen ze weer terug naar tropisch Afrika.
Rode Lijst soort. Bij ons schaarse zomergast en doortrekker. Er broeden nog 500 tot 700 paren in ons land, hoofdzakelijk in Groningen, Friesland en Drenthe.
Broedt niet in onze omgeving. In het voor-en najaar wel waar te nemen in de Maashorst.