Zwarte roodstaart, Phoenicurus ochruros, 13 - 14,5 cm.
Valt op door zijn rechtopstaande houding. Een vrij schaarse zomervogel met
een roetzwarte keel en borst en een mooie oranje staart die steeds trilt. Het
vrouwtje heeft een grijsbruine tint.
De zang bestaat uit korte tonen stijgend in toonhoogte, voorafgegaan door een
snerpend geluid alsof men door glas snijdt. Soms overwintert de zwarte
roodstaart in Nederland. De rest overwintert in Spanje, Portugal of noordelijk
Afrika.
De zwarte roodstaart noemt men in België ook wel schoorsteenvegertje of
schouwschijtertje.
Voorkeur voor zonnige droge gebieden, met een
korte open vegetatie. Je vindt ze bijna nooit in natte gebieden of bossen, maar
in de buurt van hoge gebouwen, nieuwbouwwijken, steenhopen, bouwterreinen,
industriegebieden en stations.
Het is een vrij rustige vogel die voornamelijk leeft van muggen, spinnen en andere insecten. Hij vangt deze op een vliegenvangerachtige manier. In de herfst stappen ze over op allerlei soorten bessen.
Broedt graag in holtes, oude muren, ruines fabrieksterreinen (steenfabrieken)
en nieuwbouw. Heeft zich aangepast aan door de mens gecreëerde gebieden en
geeft de voorkeur aan grote hoge gebouwen, bijvoorbeeld de grote warenhuizen in
de stad. Deze doen ze denken aan de eenzame, gure en tochtige bergwanden waar ze
zo van houden. In de tweede wereldoorlog namen ze in aantal toe omdat ze van een
rommelige omgeving houden en door bombardementen was het rommelig.
Het nest is een omvangrijk slordig bouwsel van gras en ander plantaardig
materiaal, van binnen met haren en veren afgewerkt. De 4 a 5 witte eieren worden
door het vrouwtje bebroed. Beide ouders verzorgen de jongen. Deze hebben een
heldergele binnenbek, die de ouders stimuleren tot voeren.
27.000 tot 37.000 broedparen in Nederland.
Komt vooral voor in nieuwbouwwijken (Uden-Zuid), industrieterrein en rondom boerderijen.