Nationale tuinvogeltelling 2026

Ook dit jaar hebben veel leden van de Vogelwacht hun tuinvogeltelling-gegevens aan mij doorgestuurd. Inmiddels is het een reeks van 16 jaar en er komen nog steeds nieuwe soorten bij. Dit jaar waren het er twee, de Kerkuil en de Rietgors. Niet echt soorten die je in een stadstuin verwacht, maar er wonen genoeg leden aan de rand van een dorp met een grote tuin en dan zijn deze soorten natuurlijk wel mogelijk. Er zijn nu 11 soorten waarvan maar 1 vogel in 16 jaar is gezien, de overige 56 soorten zijn vaker gezien.

Er zijn 907 vogels geteld, verdeeld over 31 tuinen en 40 soorten. In die 16 jaren zijn er maar twee keer meer vogels geteld en toen deden er veel meer tuinen mee. Gemiddeld zien we 9 soorten en 29 vogels per tuin. Vergeleken met voorgaande jaren is 40 soorten goed en 29 vogels per tuin is ook goed. De Koolmees is bij ons het meest geteld en wordt in de meeste tuinen gezien, net als de Pimpelmees. Beide ontbraken in twee tuinen. De Huismus is gezakt naar de tweede plaats (het scheelt maar 4 vogels) maar wordt in veel minder tuinen gezien; 18 tuinen, met in één tuin 24 Huismussen! De Merel is na de twee mezen in de meeste tuinen gezien: 26. Er werden iets meer Merels geteld dan vorig jaar (48 ipv 44), gelukkig geen daling. Tabel 1 geeft de aantallen per soort en er zijn weinig verrassingen in de top 10. Alleen de Wilde Eend staat misschien wat hoog. Eén tuin is daar verantwoordelijk voor met 35 Wilde Eenden. Dit is zo’n grote tuin in het buitengebied. Vorig jaar stond de Sijs nog in de top 10, dit jaar zijn er maar 2 geteld. De Koperwiek werd vorig jaar ook goed geteld, maar dit jaar was het er maar één. Vorig jaar werd er maar één Groenling gezien, dit jaar waren het er gelukkig 13, verdeeld over 4 tuinen. Over de Tjiftjaf waren er nog vragen in de app. Ik antwoordde dat het prima kan, maar het is toch pas de tweede keer dat er een Tjiftjaf gezien wordt in al die jaren. Wel zeldzaam dus! Goudvinken zijn al eerder gezien, maar 5 tegelijk is de grootste groep.

Regionale verschillen

Opvallend dat en landelijk, en provinciaal (Noord Brabant) en bij ons de Koolmees de eerste plek heeft overgenomen van de Huismus. Overal staat de Pimpelmees op 3. De verschillen tussen landelijk, provinciaal en hier zijn maar klein. Wat opvalt is dat de Spreeuw landelijk de top 10 haalt en bij ons er dit jaar geen één is gezien. De Kauw doet het in Noord Brabant beter dan landelijk en hier. Meestal staat hij bij ons ook hoger, maar het scheelt ook maar weinig met de soorten er vlak boven. Bij ons staat de Wilde Eend in de top 10, zoals al aangegeven vooral door die 35 in één tuin.

Grote Bonte Specht ©Martien van Dooren
Grote Bonte Specht ©Martien van Dooren
Heggenmus ©Martien van Dooren
Heggenmus ©Martien van Dooren
Pimpelmees ©Martien van Dooren
Pimpelmees ©Martien van Dooren

De Ringmus en de Spreeuw

Ringmussen en Spreeuwen zijn twee soorten die vroeger veel meer in tuinen werden gezien, hoe zit het met deze soorten in onze tellingen? Ringmussen werden tot 2018 elk jaar geteld met in 2013 zelfs 58. Daarna was het snel over, nog twee keer werden er Ringmussen gezien; 3 in 2020 en 1 in 2024. Dit past trouwens bij de landelijke trend, Ringmussen worden snel zeldzamer en als je ze ziet is het bij boerderijen in het buitengebied. Spreeuwen doen het wat dat betreft beter, dit jaar werd er geen een gezien en dat was in 2023 ook zo. Verder zijn er elk jaar wel Spreeuwen gezien, met in 2014 het maximum van 24. Landelijk is de Spreeuw dus algemener. Kijkend in de Vogelatlas (Sovon 2018) dan kun je zien op het kaartje van de winterverspreiding dat Spreeuwen in de winter vooral in Noord- en Zuid-Holland en Friesland zitten. En daar doen natuurlijk ook mensen mee met de tuinvogeltelling.

Kauw ©Martien van Dooren
Kauw ©Martien van Dooren
Vink ©Martien van Dooren
Vink ©Martien van Dooren
Koolmees ©Martien van Dooren
Koolmees ©Martien van Dooren
Roodborst ©Martien van Dooren
Roodborst ©Martien van Dooren
Ekster ©Martien van Dooren
Ekster ©Martien van Dooren
Vogelvriendelijke tuin ©Martien van Dooren
Vogelvriendelijke tuin ©Martien van Dooren

De tuinvogeltellers

Tellers in willekeurige volgorde: Koos Doorten, Jan-Willem Hermans, Jeroen Vonk, Albert Vervoort, Wim van Lanen, Maurice Fransen, Etienne van Dillen, Leo Ballering, Ingeborg Beer, Martien van Dooren, Joep van Gogh, Corine Hagens, Hans van den Heuvel, Ruth Reinders, Marion Wetzels, Marijn van de Braak, Wilbert van de Rakt, Ralf van Hoof, Gerrit Goorts, Ankie de Kemp, Jos van der Wijst, Ria de Vent, Karel van Lin, Alexander Vesters, John Opdam, Thea van Zuylen, Lia Stevens, William van de Velden, Noud van de Berg, Steven Geurts, Tineke Huijs, Jan van de Tillaart, ik zelf en alle huisgenoten die meegeteld hebben.

Arend Vermaat

De 31 tuinvogeltellingen opgeteld per soort

 01. Koolmees 135  16. Staartmees 8  31. Meerkoet 2
 02. Huismussen 131  17. Waterhoen 8  32. Goudhaan 1
 03. Pimpelmees 122  18. Keep 7  33. Meerkoet 1
 04. Vink 94  19. Winterkoning 7  34. Sperwer 1
 05. Houtduif 71  20. Grauwe Gans 6  35. Fazant 1
 06. Merel 48  21. Grote Bonte Specht 6  36. Blauwe Reiger 1
 07. Wilde Eend 42  22. Goudvink 5  37. Kerkuil 1
 08. Ekster 40  23. Zwarte Kraai 4  38. Koperwiek 1
 09. Kauw 406  24. Steenuil 2  39. Rietgors 1
 10. Turkse Tortel 28  25. Boomkruiper 2  40 Tjiftjaf 1
 11. Roodborst 25  26. Boomklever 2  
 12. Heggenmus 16  27. Gaai 2  
 13. Holenduif 16/td>  28. Kramsvogel 2  
 14. Groenling 13  29. Nijlgans 2  
 15. Putter 9  30. Sijs 2