Inventarisatie broedvogels Odiliapeelse bossen

De Odiliapeelse Bossen is één van de gebieden die dit jaar door de Vogelwacht Uden is geïnventariseerd. Deze bossen liggen ten zuiden van het dorp en strekt zich nog een eind naar het oosten uit. De bossen zijn (net zoals het dorp) niet heel oud. Ze zijn vanaf 1931 aangelegd om het dorp te beschermen tegen weersinvloeden vanuit het zuiden. De bossen zijn ongeveer 131 hectare. Het gebied is al twee keer eerder geïnventariseerd, in 2004 en 2019. Overigens is het gebied een klein beetje vergroot, een poel met omgeving rechtsonder is nu ook telgebied. In het gebied hangen al heel lang nestkasten die elk jaar door vogelwachtleden gecontroleerd worden.

Kaart van het gebied
Kaart van het gebied

Het gebied is volgens de vaste methode van SOVON geteld, dat wil zeggen dat er 8 ochtendbezoeken en 2 avondbezoeken zijn gedaan. Meestal waren we met alle drie de tellers, maar dat lukte niet altijd. Het gebied is eigenlijk net te groot, maar met een auto slim te parkeren hoefden we niet een flink stuk dubbel te lopen. We zijn elke keer anders gelopen en ook de startplaats wisselde.

Er zijn in totaal 52 soorten geteld. Niet allemaal hadden die een geldig territorium, soms waren het toch trekvogels die even in het gebied bleven en lekker gingen zingen. Uiteindelijk zijn er 45 soorten met een geldig territorium en die dus als broedvogel tellen. De Vink is de talrijkste broedvogel met maar liefst 80 paar, dan Roodborst (71) en Zwartkop (64). In totaal zijn er 645 territoria vastgesteld.

De rondes

De eerste avondronde was op 3 maart. Naast wat zangvogels hoorden we alleen een Steenuil net buiten het gebied. Die doet dus niet mee uiteindelijk. Drie dagen later was de eerste ochtendronde met 34 vogelsoorten, wat alleen in ronde 7 (half mei) werd overtroffen. Appelvink, Barmsijs (uiteindelijk een wintergast) en Grote Lijster waren de mooiste waarnemingen. Ronde 3 was de ronde voor de Kuifmees, die hoorden we op 4 plekken, de basis voor 7 territoria. Deze ronde werden ook de meeste Grote Bonte Spechten gehoord en twee Kleine Bonte Spechten. Begin april komen er nieuwe soorten binnen, Fitis, Gekraagde Roodstaart en Zwartkop. Half april werd ronde 5 gelopen, de ronde met de meeste waarnemingen, net geen 400. De Appelvinken waren ondertussen stil, ook Boomklevers lieten zich minder horen. Half mei komen er weer soorten bij; Grasmus, Grauwe Vliegenvanger en een Kleine Karekiet en in deze ronde ook een Nachtegaal! Er werden 35 verschillende soorten gehoord. Half juni werd de laatste ochtendronde gelopen en de Appelvinken lieten zich weer horen en zien en er waren jonge Appelvinken bij. Twee dagen erna hebben we de tweede avondronde als afsluiter gedaan en tot onze verrassing hoorden we twee keer een Houtsnip baltsen en hoorde we jonge Bosuilen.

Omgeving inventarisatie gebied ©John Hermans
Omgeving inventarisatie gebied ©John Hermans
Leuke soorten

De Zwarte Specht was wel eerder in het gebied als broedvogel vastgesteld, maar in 2019 werd broeden niet vastgesteld. Tot onze verrassing kwamen we op de eerste ronde al Zwarte Spechten tegen en wel vaker, ook op meerdere plekken, zodat er zelfs 2 territoria zijn. De Nachtegaal was ook een verrassing. Deze is maar op één ronde gehoord, maar wel in de juiste periode. Uit wat onderzoek op waarneming.nl blijkt dat er in die periode wat westelijker er meermalen een Nachtegaal zingend is gehoord. Waarschijnlijk is dit de zelfde vogel.

Omgeving inventarisatie gebied ©John Hermans
Omgeving inventarisatie gebied ©John Hermans

De Boomleeuwerik werd vooral in de eerdere ronden gehoord, maar ook nog halverwege mei, steeds op dezelfde plek. Er werden regelmatig Bosuilen aan de rand van het dorp gehoord door een medevogelwachtlid, maar op beide avondronden is deze vogel niet gehoord. Wel werden er twee jonge Bosuilen op de laatste avondronde gehoord, maar geheel aan de andere kant van het gebied. Misschien zijn het toch de jongen van de vogel die in het dorp werd gehoord, maar een tweede broedgeval valt niet uit te sluiten. De Geelgors zingt nog in het gebied, zelfs 2 paar, maar alleen nog maar bij het vennetje in het stuk dat dit keer is toegevoegd. Net buiten het gebied is er nog één zingende vogel gehoord, die telt helaas niet mee. Er werden maar liefst 6 Grauwe Vliegenvangers vastgesteld. Het Vuurgoudhaantje is maar één keer zingend aangetroffen, maar wel in de goede periode en dus geen (late) doortrekker. De laatste avondronde leverde nog een mooie verrassing op: de Houtsnip. Houtsnippen worden vooral in de wintermaanden in deze bossen gezien, dit moet een broedvogel zijn. De vogel werd twee keer gezien.

Omgeving inventarisatie gebied ©John Hermans
Omgeving inventarisatie gebied ©John Hermans
Vergelijk

Dit gebied is al twee keer eerder geteld en wel in 2004 en 2019. In 2004 is het gebied in drie delen opgedeeld. Dit keer en in 2019 is het gebied in zijn geheel geteld. Daar is het eigenlijk net te groot voor, maar met slim rondlopen en op verschillende plekken starten was het wel te doen. Er kan mooi vergeleken worden met de eerdere inventarisaties. In 2004 werden er 50 soorten met territorium geteld, in 2019 47 en dit jaar 45. Het neemt dus af, maar een deel van de verdwenen soorten zijn boerenlandvogels, die in eerdere tellingen wel zijn opgeschreven en dit keer niet. Ze zijn niet opgeschreven omdat ze zich buiten het onderzoeksgebied bevonden. (Nb. Soms zijn ze wel opgeschreven, maar doordat de computer tegenwoordig bepaald of iets een territorium is zijn ze niet in het resultaat gekomen). Uiteraard zijn er ook soorten verdwenen maar er zijn ook nieuwe soorten bijgekomen.

 Verdwenen  Nieuw in 2019  Nieuw in 2026
 Boerenzwaluw  Appelvink  Boomleeuwerik
 Braamsluiper*  Bonte Vliegenvanger  Koekoek
 Fazant  Bosuil  Nachtegaal
 Fluiter*  Braamsluiper*  Vuurgoudhaan
 Gele Kwikstaart*  Fluiter*  
 Goudvink  Gele Kwikstaart*  
 Groenling  Grasmus  
 Havik  Grauwe Vliegenvanger  
 Matkop  Putter  
 Patrijs  Roodborsttapuit*  
 Roodborsttapuit*  Spotvogel  
 Sperwer    
 Turkse Tortel    
 Wulp    
 Zomertortel    
 Zwarte Mees    

Patrijs en Wulp zijn voorbeelden van verdwenen boerenlandvogels, met beide soorten gaat het landelijk ook erg slecht. Dat geldt ook voor de Zomertortel, Matkop en de Zwarte Mees. Het gebied lijkt wel geschikt voor Zwarte Mezen, maar in 2019 werd deze soort al niet meer aangetroffen. De 4 soorten met een * waren nieuw in 2019, maar zijn dit jaar niet meer gehoord. Gele Kwikstaart en Roodborsttapuit leven eigenlijk niet in het bos en zijn in 2019 net op de rand vastgesteld.

Tussen de tellingen van 2019 en 2026 zit opvallend weinig verschil in de aantallen. Een enkele soort laat een flinke groei zien, bijvoorbeeld de Zwartkop (van 41 naar 64 paar) of de Gekraagde Roodstaart van 5 naar 10 paar. De Goudhaan liet de meeste achteruitgang zien, van 16 naar 5 paar. In 2019 waren er ook 3 paar Goudvinken, dit keer helaas geen één.

De Odiliapeelse Bossen als bos bij je dorp, dat is een mooi bos met genoeg leuke vogelsoorten. Er is de laatste jaren niet zo veel veranderd. Een vergelijking met een dorpsbos van een dorp in de Noordoostpolder is misschien wel interessant, die zullen ongeveer even oud zijn. Onderzoek op internet levert geen geschikte gegevens helaas.

Mede namens medetellers John Hermans en Karel van Lin

Arend Vermaat

tot slot: Als iemand denkt er ontbreekt iets in dit verhaal, dan klopt dat. Dat is met opzet.