Ringen Slechtvalk Petruskerk

Boven in de toren van de Udense Petruskerk klinkt plots een kreet. Even stokt de adem. Zijn er wel jongen? Of is de nestkast leeg? Maar dan volgt de opluchting: vier jonge slechtvalken kijken ons indringend aan. Gezond, alert en klaar voor de volgende stap in hun nog maar korte, maar indrukwekkende leven. Hoog boven de daken van Uden, waar het centrum als een miniatuur ver beneden ligt, speelt zich een bijzonder moment af.

Vier geringde slechtvalken in Uden ©Peter Noy
Vier geringde slechtvalken in Uden ©Peter Noy

Dat moment begint echter niet in de toren, maar eerder die ochtend aan een keukentafel in Mariaheide. Vogelaar Jan van den Tillaart schenkt koffie in, terwijl ringer Peter van Geneijgen uit Arnhem zijn verhaal doet. Twee mannen met samen decennia ervaring, gedreven door een gedeelde fascinatie voor roofvogels. Van den Tillaart, al zo’n vijftig jaar actief binnen Vogelwacht Uden, raakte ooit besmet met het vogelvirus via zijn schoonvader. “We gingen ’s ochtends vroeg het veld in, nog voor het licht werd. Dat geluid van vogels… dat pakte me meteen”, vertelt hij. Wat begon met luisteren en opnemen, groeide uit tot een leven lang observeren, tellen en beschermen. De slechtvalk kwam pas later in beeld. “Dat intrigeerde me. Roofvogels hebben iets bijzonders.” Sinds 2013 zijn ze ook in Uden te zien, waar ze zich in een van de torens van de Petruskerk hebben gevestigd. “Als je me dat vroeger had gezegd, had ik het niet geloofd.” Aan de andere kant van de tafel zit Van Geneijgen, al sinds begin jaren negentig betrokken bij de opkomst van de slechtvalk in Nederland. “In 1990 hadden we het eerste broedgeval. Daarna zijn we het gaan volgen, nestkasten gaan plaatsen. Dat heeft enorm geholpen”, aldus Van Geneijgen.

Meten, weten en beschermen

Rond elf uur verplaatst het gezelschap zich naar de Petruskerk. Sleutels worden opgehaald, een klim volgt. Bij de toren sluit ook Chris van Lieshout, lid van Vogelwacht Uden en de werkgroep roofvogels, zich bij het drietal aan. Samen beginnen ze aan de klim naar boven, waarbij Chris voorop klimt. De smalle trap is donker en steil. Trede voor trede verdwijnt het geluid van beneden, terwijl boven het scherpe gekekker van de slechtvalken steeds luider wordt. Op ruim veertig meter hoogte wacht de nestkast. Even is het stil. Zodra de deksel open gaat, is het duidelijk: vier gezonde jongen, ongeveer drie weken oud. Voor Van Geneijgen begint het echte werk boven in de toren. Met vaste hand tilt hij een van de jongen op, dat zich met gespreide klauwen fel verdedigt. “De ideale leeftijd om te ringen is rond de 20 à 21 dagen”, zegt hij. “Dan zijn ze nog rustig genoeg en kun je veilig werken.” Elk jong wordt zorgvuldig gemeten en gewogen. Vleugellengte, gewicht, pootdikte, klauwen — alles wordt genoteerd. “Aan die gegevens kun je leeftijd, geslacht en conditie bepalen. Meten is weten.” De cijfers spreken voor zich: drie vrouwtjes en één mannetje, allemaal in uitstekende conditie. “Ze wegen rond de 750 gram. Dat is prima. De ouders doen het goed.” Het ringen zelf gebeurt snel en nauwkeurig. Elke vogel krijgt twee ringen: een officiële ring van het Vogeltrekstation en een kleurring met een unieke code. Daarmee zijn ze later individueel herkenbaar, soms tot ver buiten Nederland. Zo kan jaren later nog worden vastgesteld waar een vogel vandaan komt en hoe oud hij is. Waarom dat belangrijk is? Van Geneijgen: “Door te ringen leer je hoe oud ze worden, waar ze naartoe gaan, wanneer ze zich vestigen. Zonder dat weet je gewoon minder. En dan zie je eventuele problemen ook later aankomen.”

Jongen uit kast halen ©Peter Noy
Jongen uit kast halen ©Peter Noy
meten ©Peter Noy
meten ©Peter Noy
ringen ©Peter Noy
ringen ©Peter Noy

Spanning op hoogte

Terwijl binnen in de toren geconcentreerd gewerkt wordt, laten de oudervogels zich buiten luid kekkerend horen. Ze cirkelen rond de toren, roepend, waakzaam. “Dat is normaal”, weet Van den Tillaart. “Ze reageren alert. Maar we proberen alles zo snel en rustig mogelijk te doen.” Ook de jongen laten van zich horen. Ze blazen, bewegen en laten hun klauwen zien. Toch laten ze zich goed hanteren. “Timing is alles”, legt Van den Tillaart uit. “Als ze ouder zijn, kunnen ze uit de kast springen. Dan heb je een probleem.” Het spannendste moment? “Het terugzetten. Dan moet alles kloppen.” Gelukkig verloopt alles volgens plan. Binnen korte tijd zitten de vier jongen weer veilig in hun nestkast.

vier jonge Slechtvalken ©Peter Noy
vier jonge Slechtvalken ©Peter Noy
ringen Slechtvalken ©Peter Noy
ringen Slechtvalken ©Peter Noy
uitzicht van binnenuit ©Peter Noy
uitzicht van binnenuit ©Peter Noy

Bijna verdwenen naar vaste bewoner

Het succes van deze dag staat niet op zichzelf. De slechtvalk is bezig aan een indrukwekkende comeback. Ooit bijna verdwenen door het gebruik van gifstoffen zoals DDT, is de soort nu weer volop aanwezig. “Ze hebben zich aangepast”, vertelt Van Geneijgen. “Vroeger zaten ze op rotsen. Nu gebruiken ze hoge gebouwen. Kerktorens, fabrieken — dat zijn hun nieuwe rotsen.” Ook in Uden werpt dat zijn vruchten af. De nestkast in de Petruskerk, geplaatst in 2013, blijkt een schot in de roos. “Hier zitten vaak vier jongen”, zegt Van den Tillaart zichtbaar trots. “Dat betekent dat er genoeg voedsel is, en dat terwijl we midden in een dorp staan. Ze eten voornamelijk vogels.” Wie regelmatig in het centrum van Uden omhoog kijkt, heeft ze misschien al eens gezien: snelle schaduwen langs de kerktoren, vaak slechts een fractie van een seconde zichtbaar. Aan de hand van geplukte veren in en rond de nestkast konden Jan van den Tillaart en Chris van Lieshout precies zien wat er op het menu staat: onder meer groenpootruiters, putters, appelvinken, gierzwaluwen en postduiven. De reacties uit de omgeving zijn gemengd. Vooral duivenliefhebbers kijken soms kritisch. Toch nuanceert Van Geneijgen dat beeld. “Een goede postduif laat zich niet zomaar vangen. En veel duiven leggen lange afstanden af, langs allerlei gevaren. Dit is er één van.”

Blik op de toekomst

Eenmaal weer beneden voelt alles ineens anders. Alsof je weet dat er boven je iets bijzonders leeft. Vier jonge slechtvalken, gezond en geringd, klaar om over enkele weken uit te vliegen en hun eigen weg te vinden. Voor Jan van den Tillaart is de conclusie helder. “Als het ringen goed gaat, is de dag geslaagd. Vier gezonde jongen, daar doe je het voor.” Ook voor ringer Peter van Geneijgen zit de waarde in wat nog komt. “Hopelijk krijgen we terugmeldingen, dan zien we waar ze terechtkomen. Dat is het mooie van dit werk.” Want ergens, misschien honderden kilometers verderop, duikt straks een van deze Udense slechtvalken weer op. Herkenbaar aan een kleine ring, maar met een groot verhaal. En ergens hoog boven de daken van Uden zit er dan weer één — snel, scherp en bijna onzichtbaar — maar wie hem eenmaal heeft gezien, vergeet hem niet meer.

Feiten over de slechtvalk in Uden;
- De slechtvalk is de snelste vogel ter wereld en kan in een duikvlucht snelheden van meer dan 300 km/u bereiken.
- Slechtvalken worden meestal 10 tot 15 jaar oud, met uitschieters tot circa 20 jaar.
- Sinds 2013 broeden slechtvalken op de toren van de Petruskerk in Uden.
- De nestkast in de toren werd datzelfde jaar geplaatst door Vogelwacht Uden.
- Een legsel bestaat meestal uit 3 tot 4 eieren.
- Jonge slechtvalken worden rond de leeftijd van 20 à 21 dagen geringd.
- Bij het ringen worden onder meer vleugellengte, gewicht en pootdikte gemeten.
- Slechtvalken eten vooral vogels, zoals duiven, spreeuwen en andere middelgrote soorten.
- Door het aanbrengen van ringen kunnen onderzoekers volgen waar de vogels naartoe trekken en hoe oud ze worden.
- De soort was in de vorige eeuw bijna verdwenen door gebruik van gifstoffen zoals DDT, maar is inmiddels sterk in aantal toegenomen.
- Slechtvalken gebruiken hoge gebouwen zoals kerktorens als vervanging van rotswanden om te broeden en te jagen.

Jonge slechtvalk van 3 weken oud ©Peter Noy
Jonge slechtvalk van 3 weken oud ©Peter Noy

Peter Noy