Dagexcursie Hoeksche Waard
Rond 8 uur stonden er 14 leden van de Vogelwacht enigszins verkleumd verzameld bij de Groenhoeve om naar de Hoeksche Waard te vertrekken. Gelukkig ging de zon schijnen tijdens de rit en beloofde het in ieder geval een prachtige dag te worden. Uiteraard werd er al tijdens de autotocht uitgekeken naar vogels! De Grote Zilverreiger is tegenwoordig gedurende elke autoroute door polderlandschap wel te zien, evenals de Blauwe Reiger. Aalscholvers en Buizerds nemen lantaarnpalen en verkeersborden in beslag als uitkijkpunt of opdroogplekje. Groepen Kauwen verlieten hun slaapplaatsen. Ik zag zelfs een Wulp overvliegen (ik reed en had dus een breder blikveld dan mijn passagiers achterin). Op zo’n 200 meter vóór de parkeerplaats van het pontje naar Tiengemeten zag John een Havik boven de polder. In de bomen langs de parkeerplaats schetterden de Eksters. We waren allemaal ruim op tijd voor het pontje, maar de Vogelwachters van de Hoeksche Waard stonden ons toch al op te wachten, we voelden ons welkom! Al toen de boot nog stil lag werden er vogels gespot: een IJsvogel zat vlakbij in het riet langs de kant. De vaargeul en het dijkje daarlangs waren populair bij een grote groep Meerkoeten die ook een enkel Waterhoentje in hun nabijheid tolereerden. Futen doken telkens onder. Op de keien-kant zag ik zelfs een Aalscholver liggen alsof-ie op eieren lag; was die al aan het broeden? Na 10 minuten varen kwamen we op het Zuid-Hollandse eilandje Tiengemeten aan. Op de keien aan de waterrand zag ik een Fazant-haan met een hennetje; uiteraard dreven er Wilde eenden en ontbraken de Meerkoeten hier ook niet.
Marian van de Vogelwerkgroep Hoeksche Waard vertelde over Tiengemeten, dat sinds 2007 is omgevormd tot wetland, waarbij in de oudste polder van het eiland (in het oosten) het oude cultuurlandschap is hersteld. De wandeling over het centrale deel van het eiland leidde ons eerst langs het bezoekerscentrum en enkele huizen met tuinen, waar de sneeuwklokjes en enkele dappere narcissen al bloeiden en we eerst een Grote Bonte Specht en daarna zelfs een Ringmus zagen, evenals de trouwe cultuurvolger de Koolmees. Die “bebouwde kom” werd al snel verlaten, na de oversteek over een kleine brug liepen we het vogelwalhalla in. Het tempo van wandelen lag niet hoog; er moesten veel soorten via de aanwezige telescopen worden bekeken en op foto vastgelegd. Grote groepen Kuifeenden, met een enkele Tafeleend daartussen. Ook de Middelste Zaagbek liet zich bekijken en wat verder weg werden in eerste instantie enkele Nonnetjes gezien (de vrouwtjes), en gelukkig daarna ook nog de prachtige mannetjes (heet een nonnetje-man geen patertje?), voor mij een primeur. De Blauwe reiger en Grote Zilverreiger voelden zich hier thuis, evenals de Knobbelzwanen. En of dat nog niet genoeg was waren er ook Pijlstaarten, Slobeenden, nog meer Wilde Eenden en Bergeenden. Tussen deze kleuren vielen de Krakeenden minder op, maar de Vogelwachters zagen ze natuurlijk toch. We klommen een uitkijkpunt op waar we nog beter zicht hadden op de wetlands en de grote variëteit aan watervogels. Bij de al eerder geziene watervogels voegden zich de Smienten en de Wintertaling. Als het niet te koud was geweest hadden we er uren kunnen blijven, maar bij het vervolg van de wandeling troffen we twee Zeearenden (mijn tweede primeur van de dag!), die frequent de lucht ingingen met hun kenmerkende zware vleugelslagen en dan weer landden op telkens een andere tak. Aan het testen of die tak wilde breken zodat ze hem voor de nestbouw konden gebruiken? Zoveel moeite hoefden ze eigenlijk niet te doen: er was een forse takkenhoop aan de ingang van het gebied bij een Beverburcht, die konden deze gigantische vogels wel als “bouwmarkt” gebruiken volgens mij. Overigens waren het juvenielen volgens de kenners, dus nestbouw was waarschijnlijk überhaupt nog niet aan de orde. De Zeearenden hoefden geen concurrentie te vrezen van de Blauwe- en Bruine Kiekendief die er ook zweefden, kenmerkend vlak boven de rietlanden.
Toen we een korte koffiepauze hielden kwam een Torenvalk vlakbij bidden, telkens een stukje grond verkennend. In de begroeiing langs het pad zagen we de Roodborst. Bij het verder wandelen werden Fazant hennen blijkbaar door ons verstoord en vlogen op. Omdat we iets te vroeg bij de pont waren liepen we nog wat door, daar zagen anderen drie Lepelaars overvliegen en Simone meldde Staartmezen die ik helaas ook niet zag. Uiteraard ontbraken meeuwen niet op en rond het eiland, maar zover reikt mijn vogelkennis (nog?) niet. De overvliegende Nijlganzen herkende ik gelukkig wel! Nadat we de pont terug hadden genomen naar Nieuwendijk reden we in optocht, voorafgegaan door de Vogelwachters van de Hoeksche Waard, naar het Oudeland van Strijen waar er een kans bestond om Dwergganzen te zien. Onderweg zag John nog een groep Goudplevieren. Het Oudeland krioelde van de ganzen. De Grauwe ganzen waren hier zelfs in de minderheid, veel Brandganzen en Canadese ganzen. De “doelvogel”, Dwerggans, werd door de Vogelwachters van de Hoeksche Waard en enkele ervaren Udense Vogelwachters al bij de parkeerplaats gespot (derde primeur voor mij). Volgens de lokale wachters hadden we veel geluk: ze zitten er natuurlijk niet altijd en sowieso niet zo dichtbij in het prachtige zonlicht. Uiteraard hebben we ze uitgebreid bewonderd, ondanks de gemene kou (stilstaand kijken bij een oostenwind en een temperatuur rond het vriespunt). We wandelden nog een stuk door het prachtige poldergebied, waarbij een Haas zijn spreekwoorden demonstreerde (hij koos als een haas het hazenpad) en in de verte een achttal Reeën hun witte staartje lieten zien. Enkele Kieviten vlogen rondjes boven de polder, groepjes Spreeuwen vlogen op en landden weer gezamenlijk een stukje verderop. Het was prachtig, maar het voorstel om in een café in Strijen nog wat (warms) te gaan drinken was ook erg welkom! Even napraten, opwarmen en na een welgemeend bedankt aan de Vogelwachters van de Hoeksche Waard voldaan terug naar de Groenhoeve. Alle soorten uit de agenda voor deze excursie gezien, check. Weer heel wat kennis rijker, op naar de volgende excursie…
Vogelwaarnemingen door John Hermans
| 01. Aalscholver | 16. Grote Mantelmeeuw | 31. Merel | 46. Toendrarietgans |
| 02. Bergeend | 17. Grote Zilverreiger | 32. Middelste Zaagbek | 47. Torenvalk |
| 03. Blauwe Kiekendief | 18. Havik | 33. Nonnetje | 48. Vink |
| 04. Blauwe Reiger | 19. Holenduif | 34. Nijlgans | 49. Waterhoen |
| 05. Brandgans | 20. Houtduif | 35. Pijlstaart | 50. Wilde Eend |
| 06. Bruine Kiekendief | 21. Kauw | 36. Pimpelmees | 51. Wintertaling |
| 07. Buizerd | 22. Kievit | 37. Ringmus | 52. Witgatje |
| 08. Dwerggans | 23. Knobbelzwaan | 38. Roodborst | 53. Wulp |
| 09. Ekster | 24. Kokmeeuw | 39. Roodborsttapuit | 54. IJsvogel |
| 10. Fuut | 25. Kolgans | 40. Slobeend | 55. Zeearend |
| 11. Graspieper | 26. Koolmees | 41. Smient | 56. Zilvermeeuw |
| 12. Grauwe Gans | 27. Krakeend | 42. Spreeuw | 57. Zwarte Kraai |
| 13. Goudplevier | 28. Kuifeend | 43. Staartmees | |
| 14. Grote Bonte Specht | 29. Lepelaar | 44. Stormmeeuw | |
| 15. Grote Canadese Gans | 30. Meerkoet | 45. Tafeleend |
Ankie de Kemp