Voorjaars telseizoen 2026
Voorjaars telseizoen 2026
Na de succesvolle tellingen van 2025 bij de Hofmans Plassen lag het voor de hand om hier in 2026 een vervolg aan te geven. Dit jaar werd op 24 februari begonnen met tellen; vorig jaar was dat op 10 maart. Er is doorgeteld tot en met 31 mei.
Van de mogelijke 97 teldagen in deze periode zijn er 85 geteld, we hebben dus 12 dagen gemist. 1 april is de enige teldag zonder vogels. In totaal is er 531 uur geteld en zijn er 75.479 vogels genoteerd. Een flinke toename ten opzichte van vorig jaar. Dit wordt later nog toegelicht.
De Hofmans Plassen
De plas zelf was aanzienlijk groter geworden in vergelijking met vorig jaar. Aan de zuidkant was een flink extra stuk uitgegraven. De baggerboot lag nu links van de telpost, waardoor het zicht op de ontstane slikjes af en toe werd belemmerd. In de zuidoosthoek waren mooie poeltjes ontstaan die aantrekkelijk leken voor steltlopers. Het eilandje waar vorig jaar veel vogels werden waargenomen, was verdwenen. Daarvoor in de plaats was een ander eilandje gekomen, al lag dat wel een stuk verder van de telpost. Met de telescoop was het toch nog redelijk goed mogelijk om vogels te determineren.
Voor de telpost waren de wilgen flink uitgeschoten en moesten we snoeiwerk verrichten om het uitzicht te verbeteren. Ook op de telpost zelf hebben we, met dank aan Chris van Lieshout, een aantal braamstruiken verwijderd, waardoor we bijna een meter hoger konden staan dan vorig jaar. Aan de oostkant van de plas, de kant vanwaar geteld wordt, stond aanmerkelijk meer riet dan vorig jaar.
De graafwerkzaamheden waren een stuk minder hinderlijk dan vorig jaar en sinds half april werd er door de boot niet meer gebaggerd. Het was wel aanmerkelijk drukker met wandelaars en (cross)fietsers.
Impressie Telpost Hofmans Plassen
Februari
Weer
Het weer in februari was over het algemeen zacht, met een gemiddelde temperatuur over dag en nacht van circa 10,5 °C. Overdag lagen de maxima meestal tussen de 11 °C en 13 °C. De wind kwam overwegend uit het zuidwesten tot zuiden, wat bijdroeg aan het milde karakter van het weer. De zon liet zich afwisselend zien: de periode begon en eindigde bewolkt, maar op 25 en 26 februari waren er uitzonderlijk zonnige dagen. Neerslag viel er nauwelijks; alleen op 24 februari was plaatselijk mogelijk sprake van een lichte regenbui.
Tellingen
Op 24 februari werd voor het eerst geteld. Rond half acht startte de telling en de eerste soort die werd genoteerd was een Houtduif. Het was nog erg stil op de telpost en we kwamen niet verder dan 133 exemplaren, maar er konden wel al 2 Brandganzen worden genoteerd. De volgende dag waren de windcondities goed en werden de eerste Kraanvogels verwacht. Hoewel we die dag van het eerste licht tot 18.00 uur telden, zagen we maar 13 Kraanvogels. Elders in het land vlogen grote groepen Kraanvogels en bij de Karstraat in Zuid-Limburg werden er maar liefst bijna 28.000 geteld. De dag verliep desondanks prima: de eerste Rode Wouw en het eerste Smelleken werden genoteerd. Er werden die dag in totaal 6.419 vogels geteld, wat een prima aantal is. Op 26 februari werd een Bonte Strandloper waargenomen; die hadden we vorig jaar niet. Op 28 februari werd een erg vroege Oeverzwaluw waargenomen boven de plas. In totaal werd in februari bijna 30 uur geteld en noteerden we 11.567 vogels. Bijna een derde van het totaal aantal vogels van vorig jaar.
Maart
Weer
Maart begon uitgesproken vriendelijk. In de eerste tien dagen van de maand liet de meteorologische lente zich van haar beste kant zien, met prachtig, droog en zonovergoten weer. Onder invloed van een zuidelijke tot oostelijke stroming liepen de temperaturen lokaal op tot wel 19 °C. Vanaf 10 maart veranderde het weerbeeld geleidelijk. Het werd wisselvalliger en regelmatig trokken regenstoringen over. Over de hele maand genomen viel in Brabant een normale hoeveelheid neerslag, ongeveer 45 tot 60 mm. Tegen het einde van de maand sloeg het weer opnieuw om. Rond 24 maart roerde maart zijn staart: de wind draaide naar het noordwesten en voerde koude poollucht aan. Daardoor kwamen lokaal winterse buien voor met korrelhagel en natte sneeuw, gevolgd door enkele ijskoude nachten met nachtvorst.
Tellingen
In maart is 26 dagen geteld; we zijn er 5 dagen niet geweest. De hoofdreden hiervoor was mist of regen. In de 146 uur dat er geteld is, zijn 50.140 vogels genoteerd.
Van 4 tot en met 7 maart werden veel vogels geteld. Dit waren vooral Vinken en Houtduiven. Op 5 maart zagen we verschillende groepen Kraanvogels en werden er in totaal 189 geteld. Op 8 maart brak een periode van slecht weer aan en vlogen er niet veel vogels. Op 10 maart stond er een zuidenwind met een tikje west, wat aantrekkelijk bleek voor de Houtduiven. We konden er die dag 1.912 noteren, het hoogste aantal van dit seizoen. Op 17 maart werd de eerste Boerenzwaluw van dit jaar genoteerd. Op 18 maart draaide de wind naar het zuidoosten en dat konden we meteen terugzien in de tellingen. We telden 2 Rode Wouwen en 2 Zeearenden. Ook op de dagen tot en met 23 maart stond er een oostelijke wind. Zangvogels zoals Vinken, Koperwieken en Kramsvogels vlogen goed in deze periode. Op 23 maart werden voor het laatst grote groepen Kolganzen geteld. Daarna draaide de wind weer naar het westen en dit leidde tot lage aantallen vogels tot het eind van de maand.
April
Weer
April verliep in Oost-Brabant duidelijk droger en iets warmer dan gebruikelijk. Met een gemiddelde temperatuur van 10,7 °C lag de maand boven het langjarige gemiddelde van 9,9 °C. Opvallend was vooral het uitzonderlijk droge karakter van het weer: in de hele regio viel slechts enkele millimeters neerslag. Daarnaast speelde de wind een belangrijke rol in het weerbeeld. Gedurende een groot deel van de maand waaide het uit het noordoosten tot oosten, waardoor voortdurend droge en stabiele landlucht werd aangevoerd. Meestal bleef de wind zwak tot matig, al was er op 5 april een duidelijke uitzondering tijdens storm Dave, toen het tijdelijk een stuk onstuimiger werd.
Tellingen
In april is er 29 dagen geteld, alleen op 5 april zijn we niet geweest. In de 203 uren dat er geteld is werden 11.753 vogels genoteerd.
De aantallen lagen in april duidelijk lager dan in maart. Dit komt voornamelijk doordat zangvogels zoals Vinken, Koperwieken en Kramsvogels grotendeels al vertrokken waren. Dit werd enigszins gecompenseerd door de trek van Graspiepers, die vooral in het begin van april doortrokken. Op 6 april werd een Rosse Grutto waargenomen, een erg schaarse soort in onze regio. Op 7 april werden de eerste Beflijsters waargenomen op de telpost. Deze soort bleef erg goed vliegen in april en er werden er niet minder dan 110 genoteerd! Ook werd op deze dag de eerste Zwarte Wouw gezien. Op 8 april werd de eerste Gierzwaluw gezien, mijn vroegste ooit. Op 9 april zat er een Sprinkhaanzanger te zingen bij aankomst op de telpost. Op 12 april werden de enige 2 Purperreigers geteld. Op 15 april werd een derde kalenderjaar Zwartkopmeeuw waargenomen. Op 17 april hoorden we een Rietzanger zingen bij aankomst op de telpost; de vogel heeft er 2 dagen gezeten. Op 24 april werden 10 Zwarte Sterns gezien. Op 26 april werden op afstand 7 Dwergmeeuwen waargenomen, helaas te ver voor foto’s. De eerste Wielewaal werd ook gezien. Op 30 april werd de eerste en enige Zwarte Ooievaar waargenomen.
Mei
Weer
Mei vormde een duidelijke overgang naar zomerse omstandigheden. Op 23 mei werd in Volkel met 30,0 °C de eerste tropische dag van het jaar genoteerd, wat voor deze regio vrij vroeg in het seizoen is. Na de droge aprilmaand bracht mei door de oplopende temperaturen ook meer onstabiliteit met zich mee. Warme perioden werden plaatselijk afgewisseld met stevige regen- en onweersbuien. Richting het einde van de maand bleef het opnieuw zeer warm, met op 29 mei temperaturen die lokaal weer rond de 31 graden konden uitkomen. Tegelijkertijd nam vooral in het zuidoosten de kans op onweersbuien toe, waardoor de maand warm en enigszins onstuimig werd afgesloten.
Tellingen
In mei is er 25 dagen geteld; we zijn 6 dagen niet geweest. In de 151 uur dat er geteld is, werden 2.019 vogels genoteerd.
1 mei werd goed afgetrapt met een onvolwassen vrouwtje Roodpootvalk. Ook werden 3 Rode Wouwen, 2 Zwarte Wouwen, 1 Zeearend en een tweede Sprinkhaanzanger genoteerd. Op 2 mei werd de eerste Wespendief gezien. Op 3 mei hield de Vogelwacht Uden haar jaarlijkse Big Day. Het team van Martien van Dooren had nog geen Kleine Plevier en die zou ik wel even voor ze zoeken. Bij de eerste blik door de telescoop zag ik 2 Drieteenstrandlopers. De vogels waren klaarblijkelijk net ingevallen. Een echte knaller voor de telpost en de regio! Voor mij zelfs de eerste voor de regio. De vogels verbleven 3 dagen bij de plas. Na 2 eerdere vermeende waarnemingen van een Noordse Stern werd op 5 mei een echte gezien en gefotografeerd. De vogel werd net op tijd opgemerkt door Teun van Kessel, die gelukkig ook een foto wist te maken. De Noordse Stern is een nieuwe soort voor de regio. Op 7 mei werd bij het zoeken naar een Grauwe Kiekendief, die werd doorgegeven door Gerard van Aalst, een steltloper ontdekt met de telescoop. Naarmate de vogel dichterbij kwam, was duidelijk te zien dat dit een Zilverplevier in zomerkleed was. Op 8 mei werden 2 Zwarte Sterns waargenomen. Tevens werden 3 Rode Wouwen, 2 Zwarte Wouwen en een Wielewaal waargenomen. Op 9 mei kwam een volwassen vrouwtje Roodpootvalk voorbij de telpost. Het was ook de eerste dag met Wespendieventrek en de eerste Noordse Kwikstaarten werden gezien. Op 10 mei vloog een Zomertortel recht voor ons over de plas. De enige Grauwe Kiekendief van dit seizoen werd ook genoteerd. Op 13 mei werd nog een late Kramsvogel waargenomen; de vogel zat kort in een den voordat hij doorvloog. In de ochtend vielen 8 Bontbekplevieren en een Bonte Strandloper in, die kort op het eilandje verbleven. Op 19 mei werd de typische roep van de Zwartkopmeeuw gehoord. Er vlogen 2 onvolwassen vogels over de plas. Vanaf toen bleef het erg rustig op de telpost en op een paar Rode Wouwen na werd er eigenlijk niets meer gezien.
Zangvogels
De zangvogeltrek viel voornamelijk in de maanden februari en maart en voor een deel in het begin van april. Uitzondering hierop was de zwaluwtrek.
De Vink is duidelijk oververtegenwoordigd met leuke aantallen die voornamelijk voor 24 maart geteld werden. Na 23 maart werden vrijwel geen Vinken meer op trek waargenomen. Er werden in totaal 31.311 Vinken geteld.
Dit lag voor de Spreeuw, de op één na beste getelde soort, zelfs eerder. De trek van de Spreeuw was vanaf 7 maart vrijwel voorbij. Er werden in totaal 5.164 Spreeuwen geteld.
De trek van Koperwiek en Kramsvogel vond voornamelijk plaats tussen 18 maart en 10 april. De Koperwieken piekten duidelijk op 22 maart met 798 vogels. In totaal werden 3.235 exemplaren geteld. Voor de Kramsvogel was de trek meer verspreid over deze periode, zonder echte uitschieters. Ze werden af en toe wel in groepen van meer dan 200 vogels geteld. In totaal werden 2.940 Kramsvogels geteld.
Er werden dit voorjaar erg veel Beflijsters geteld. De trek vond voornamelijk plaats tussen 7 april en 19 april, met daarna nog 2 waarnemingen op 23 en 29 april. De grootste groep bestond uit 14 vogels. Vrijwel alle vogels volgden de zuidelijke route langs de bosrand. In 2025 werden 55 Beflijsters geteld; toen vonden we dat al veel.
De piek van de Graspieper lag tussen 7 april en 13 april. Vrijwel alle Graspiepers werden in deze periode geteld. De aantallen in februari en maart zijn te verwaarlozen en het ging vaak om individuele vogels. Er werden in totaal 4.554 exemplaren geteld. Net zoals vorig jaar zijn er ook nu vrijwel geen Boompiepers geteld, het waren er maar 8. Geen van de andere piepersoorten werden waargenomen op de telpost.
Alleen zwaluwen werden nog in noemenswaardige aantallen geteld. Met een zeer vroege Oeverzwaluw op 28 februari werden dit jaar redelijk wat Oeverzwaluwen geteld. Er was dit jaar geen nestgelegenheid voor de vogels. De Oeverzwaluwen die we geteld hebben kwamen zeker op het water af voor inspectie, om daarna door te vliegen. De zwaluwtrek vond plaats over een breed tijdsbestek, zonder echte uitschieters. Er werden 784 Oeverzwaluwen en 1.952 Boerenzwaluwen geteld.
Alle andere zangvogels zijn in kleine aantallen gezien. De ligging van de telpost is dusdanig dat vogels die dichtbij overkomen over de plas moeten aanvliegen. De meeste zullen dit niet doen en volgen de bosrand. Deze vogels worden niet gehoord en dat zal zeker schelen in het waarnemen van zeldzame soorten zangvogels.
Roofvogels
Het was een prima voorjaar voor roofvogeltrek. Dit zal ook mede te maken hebben gehad met de vele wind uit oostelijke richtingen. Er werden veel Rode- en Zwarte Wouwen geteld, maar de aantallen kiekendieven bleven achter. Er werden dit jaar geen Steppekiekendieven waargenomen en ook de aantallen Blauwe Kiekendieven vielen tegen. 8 Zeearenden dit seizoen, wie had dat ooit verwacht. Zie verder de grafieken voor meer gegevens.
Zoals gezegd zal de windrichting zeker invloed hebben gehad op de aantallen. Uit onderstaande grafieken blijkt dat de meeste trek plaatsvindt bij oostelijke winden met een kracht van 2 tot 3.
Watervogels
Omdat we dit jaar eerder zijn begonnen, hebben we de wegtrek van ganzen kunnen vastleggen. Ik had eerlijk gezegd grotere aantallen verwacht, maar met 3.141 Kolganzen en 629 Toendrarietganzen lagen de aantallen vele malen hoger dan vorig jaar. Verder werden nog 45 Brandganzen geteld, met name in de maanden april en mei, wat overeenkomt met de landelijke trend. Het tellen van Grauwe Ganzen is erg lastig, omdat er veel exemplaren lokaal verblijven en rondvliegen. Daarom worden alleen Grauwe Ganzen genoteerd die erg hoog vliegen en een noordoostelijke richting hebben. Op deze wijze werden er 58 genoteerd.
Ten opzichte van vorig jaar telden we veel meer steltlopers. Vooral de aantallen Groenpootruiters en Bosruiters vielen op. 10 Bonte Strandlopers, terwijl we er vorig jaar geen hadden. Dat geldt ook voor Rosse Grutto en Zilverplevier. De Kluut werd daarentegen wel gemist. Het mooist was de waarneming van 2 Drieteenstrandlopers, die er 3 dagen hebben gezeten. In de onderstaande grafieken staan meer aantallen.
Wind en vogeltrek
Uit de tellingen van dit voorjaar komt duidelijk naar voren dat oostelijke wind het gunstigst was voor de trek langs de Hofmans Plassen. Op dagen met wind uit noordoost, oost of zuidoost werden over het algemeen de hoogste aantallen gezien. Dat gold niet voor iedere soort in gelijke mate, maar vooral zangvogels en roofvogels profiteerden hier duidelijk van. Waarschijnlijk worden trekkende vogels met zulke winden net wat meer onze kant op gedrukt, waardoor ze beter over of langs de telpost trekken. Bij westelijke wind lagen de aantallen meestal lager en was de trek vaak veel diffuser. Ook de windkracht speelde mee. De beste tellingen vielen meestal bij matige omstandigheden, vooral windkracht 1 tot 2 en soms 3. Bij weinig wind is er nog genoeg overzicht en trekken veel vogels in een herkenbare baan langs de post, terwijl hardere wind de trek waarschijnlijk meer verspreidt of lager over het landschap duwt. Voor deze telpost lijkt een rustige oostelijke stroming dus veruit het meest gunstige recept voor zichtbare voorjaarstrek.
Zeldzaamheden
Ook dit jaar hebben we weer kunnen genieten van een aantal zeldzaamheden. Bovenaan de lijst staat natuurlijk de Noordse Stern, die meteen een compleet nieuwe soort voor de regio is. De Drieteenstrandlopers staan op een tweede plaats; dit is pas de vierde waarneming van deze soort voor de regio. Schaarse soorten die werden waargenomen zijn onder andere: Roodpootvalk, Rosse Grutto, Zilverplevier, Zwarte Stern, Dwergmeeuw, Zwartkopmeeuw, Grote Mantelmeeuw, Purperreiger, Grauwe Kiekendief, Rietzanger en Sprinkhaanzanger.
Vergelijking met 2025
De vergelijking met 2025 laat vooral zien dat 2026 op meerdere punten sterker was. Allereerst begonnen we dit jaar al op 24 februari, terwijl in 2025 pas op 10 maart werd gestart. Daardoor is een flink deel van de vroege voorjaarstrek dit keer wel meegenomen. Dat zie je vooral terug in soorten als Vink, Houtduif, Spreeuw en ganzen, die juist in die eerste weken al goed kunnen doortrekken. Het eindtotaal kwam daardoor uit op 75.479 vogels, tegenover 37.014 in 2025. Dat is een verschil van 38.465 vogels en dus ruim een verdubbeling.
Maar het verschil zit niet alleen in die eerdere start. In 2026 waren er veel meer dagen met oostelijke wind en juist dat leek dit voorjaar gunstig uit te pakken voor de trek, met name bij zangvogels en roofvogels. Ook de situatie op en rond de plas was anders dan vorig jaar. Door de werkzaamheden waren er meer slikranden, poeltjes en ondiepe stukken ontstaan, waardoor de plas aantrekkelijker werd voor watervogels en steltlopers. Dat is goed terug te zien in de soortensamenstelling. Waar 2025 al een mooi begin was, leverde 2026 duidelijk meer variatie en meer echte uitschieters op. Zo werden onder meer veel meer ganzen en steltlopers gezien, en sprongen soorten als Rosse Grutto, Zilverplevier, Drieteenstrandloper en Noordse Stern eruit. Ook bij soorten als Beflijster, Graspieper, Rode Wouw en Zeearend lag het seizoen op een opvallend hoog niveau. 2026 was dus niet alleen beter in aantallen, maar ook interessanter in opbouw en soortenbeeld.
Conclusie
Als we terugkijken op het voorjaar van 2026, kunnen we wel zeggen dat de Hofmans Plassen opnieuw hebben laten zien wat voor mooie telpost dit is. Er zijn veel meer vogels geteld dan vorig jaar, we hebben een aantal leuke soorten gezien en er zaten ook een paar echte knallers tussen. Ook de veranderingen in het gebied en de vele oostelijke wind zullen daar zeker aan hebben meegeholpen. Wat dit voorjaar vooral weer duidelijk maakt, is dat het hier eigenlijk nooit echt saai is. Elke teldag kan weer iets bijzonders opleveren. Dank aan iedereen die heeft meegeteld, meegekeken of op een andere manier heeft bijgedragen. Dankzij al die inzet kunnen we terugkijken op een zeer geslaagd seizoen. Het begint nu alweer te kriebelen om te zien wat het voorjaar van 2027 ons gaat brengen.
Toy Janssen